Bij overlijden van de tweede ouder kunnen kinderen hun deel vorderen
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Praktijk: het was de schuld van de vader! - 9 maart 2011 |
De echtgenoot van mevrouw S. was lang geleden overleden. Toen de nalatenschap werd afgewikkeld kregen zijn twee kinderen een vordering van elk 100.000 euro toegewezen en werd het volledige vermogen van het echtpaar S. op naam van mevrouw S gesteld. Vervolgens emigreerde mevrouw S. naar Spanje, waar zij een aantal jaren later hertrouwde met de heer T. Ook maakte zij een nieuw testament, waarin zij al haar goederen aan de heer T naliet. Een volgens het Nederlandse erfrechtvolledig correcte constructie.
Bij het overlijden van mevrouw S bestond haar nalatenschap enkel uit een huis in Spanje en een kleine bankrekening. De heer T. meende dat hij de volledige beschikking over het familievermogen zou verkrijgen. Hij was meer dan tien jaar met mevrouw S getrouwd geweest, en het langstlevende testament, dat met in achtneming van alle details door de Nederlandse notaris was opgesteld, gaf hem gelijk.
Aangezien de heer T. liever in een kleiner appartementje wilde gaan wonen, handelde hij de nalatenschap af volgens het testament en verkocht hij de woning. De Spaanse notaris bevond dat op grond van het Nederlandse testament de heer T de enige erfgenaam was en T kon het huis verkopen. Hij verkocht het voor een bedrag ter grootte van 250.000 euro.
Een paar weken later kwamen de kinderen van S bij hem op bezoek. Echt gezellig werd het niet, want zij kwamen van hem een bedrag vorderen van tweemaal 100.000 euro. Dat hadden ze nog tegoed uit de nalatenschap van hun vader, zo stelden ze. De heer T was het daar natuurlijk volledig niet mee eens en beriep zich op het testament van mevrouw S. Uiteindelijk werden de kinderen door de rechter in het gelijk gesteld.
Wat was er misgegaan?
Na het overlijden van mevrouw S was de nalatenschap door de heer T in Spanje afgewikkeld. Hij had een opgave van de goederen gedaan in de notariële akte van verdeling van de nalatenschap, maar had er niet bij stil gestaan dat zich in de nalatenschap nog een schuld bevond; de schuld van de overleden vader van de twee kinderen.
Al heel vaak is in onze artikelen de werking van het Nederlandse langstlevende testament of de “wettelijke verdeling” ter sprake gekomen en dit zal voor de meeste lezers ondertussen vrij duidelijk zijn. De langstlevende en de kinderen zijn erfgenaam voor gelijke delen; vervolgens krijgt de langstlevende alle goederen en schulden toebedeeld en krijgen de kinderen enkel een vordering die pas bij het overlijden van de langstlevende opeisbaar is. Dat was in het geval van mevrouw S. dan ook gebeurd: na haar overlijden eisten de kinderen het erfdeel van de heer S. op. Dit was een schuld van haar nalatenschap en moest door de heer T. voldaan worden.
Had men dit kunnen voorkomen?
Het antwoord is: nee. Het was uiteindelijk de wens van de heer S dat zijn echtgenote over zijn vermogen zou kunnen beschikken zolang zij leefde. Het was natuurlijk nooit de wens van de heer S. dat de heer T uiteindelijk de ontvanger van zijn vermogen zou worden. Zijn vermogen moest uiteindelijk bij zijn kinderen terechtkomen ! Op basis van het testament van mevrouw S, kan de heer T enkel blijven beschikken over een vermogen van 50.000 euro. Bij zijn overlijden vormt dat bedrag vervolgens weer een schuld die aan de kinderen S uitbetaald moet worden. De schuld van de moeder. Ook haar langstlevende testament stelt immers dat de kinderen een vordering op de heer T hebben, die pas bij zijn overlijden opgeëist kan worden.
Conclusie:
Als een langstlevende echtgenoot hertrouwt en kinderen heeft, dan zullen deze bij het overlijden van de tweede ouder hun erfdeel van de eerste ouder kunnen vorderen.
|


 |
|
|
|
|
|
|
|