|
De heer en mevrouw F woonden al zeven jaar in Spanje. Zij waren hier
net na hun trouwen gekomen en ondertussen hadden ze twee kleine
kinderen. De heer F. had een baan bij een transportbedrijf en zijn
vrouw zorgde voor de kinderen. Zij bezaten een huis dat met een
hypotheek belast was wat ondertussen een overwaarde had van zo’n
50.000 euro. Aangezien ze nog jong waren, hadden ze nog geen
testament gemaakt. Dat hadden ze nog niet noodzakelijk gevonden.
Geheel onverwacht overleed de heer F. door een ongeluk. Zijn vrouw
bleef achter met de twee kleine kinderen. Aangezien ze de taal niet
sprak, en ze er nu alleen voor stond, besloot ze terug te gaan naar
Nederland. Ze had een koper gevonden voor het huis, maar moest eerst
nog even de nalatenschap afwikkelen. Als Nederlandse dacht ze dat ze
eenvoudig het huis op haar naam kon stellen en kon verkopen. Zij
dacht dat dat zo werkte op basis van de Nederlandse wetgeving. Niets
was minder waar ! Aangezien de heer F. op het moment van zijn
overlijden al langer dan 5 jaar resident in Spanje was, en geen
testament had gemaakt met een rechtskeuze voor het Nederlandse
erfrecht, was op zijn nalatenschap de Spaanse wetgeving van
toepassing. Dat betekende dat een groot gedeelte van zijn vermogen
aan de kinderen toekwam. Op zich was dat niet zo’n problem. De
moeder zou toch voor de kinderen zorgen, dus of het huis nou op haar
naam zou komen of op dat van de kinderen was geen grootr verschil.
Het werd echter veel erger toen de Spaanse notaris haar vertelde dat
de rechter eerst toestemming moest geven om de nalatenschap te
verdelen en daarna ook nog om het huis te verkopen. In de
nalatenschap van haar man was zij namelijk de ene partij en de
kinderen de andere partij. Dus stelt de Spaanse wergeving dat zijn
zij niet voor de kinderen mocht beslissen, want zij had
tegenstrijdige belangen. Om de belangen van de kinderen te
beschermen moet dan toestemming worden gevraagd aan de rechter.
Mevrouw F. zat ondertussen al weer in Nederland. Via een bevriende
Nederlandse notaris zou nu geregeld worden om de Nederlandse rechter
zo ver te krijgen om een document op te stellen dat voldoende was
voor de Spaanse notaris.
Dat was een groot probleem. Er werd heen en weer gebeld en gemaild
en verschillende documenten werden er opgemaakt, maar uiteindelijk
was het nooit goed genoeg. Er waren allerlei taal- en
interpretatieprobelemen met de Spaasnse notaris waar ze helemaal
niets van begreep. Mevrouw F. had het toch al moeilijk na het
verlies van haar man, zij raakte in een diepe depressie en was niet
bij machte om haar zaken in Spanje verder te regelen. Zij stopte met
het betalen van de hypotheek, want ook dat kon ze niet meer
opbrengen. Het gevolg was dat het huis door de bank in beslag werd
genomen, en mevrouw F. met haar kleine kinderen was haar in Spanje
opgebouwde vermogen kwijt.
Wat was er fout gegaan?
Meneer F. had er nooit over gedacht om een testament op te maken.
Hij vond zichzelf nog te jong om daar over na te denken. Toch had
hij even stil moeten staan bij wat er zou gebeuren met zijn gezin
als hem wat zou overkomen. Door het opmaken van een goed testament
had hij zijn echtgenote volledige beschikkingsbevoegdheid kunnen
geven om alles af te handelen zonder de gang naar de rechter te
hoeven maken. Dan had zij simpel alles zelfstandig kunnen afhandelen
en had zij nu het opgebouwde vermogen nog ter beschikking gehad.
Conclusie:
Mensen met minderjarig kinderen hebben wel degelijk een goed
testament nodig voor het beschermen van de langstlevende en de
kinderen. Ook hier is de keuze voor het Nederlandse erfrecht weer
fundamenteel. |


 |